Deng Xiaopings nalatenschap. De 12 & 24 karakter documenten.

Deng Xiaoping was de president direct na Mao. Hij is degene die China uit zijn isolatie haalde en brak met de ideologische verstarring onder Mao, en de legde basis voor de ongelooflijke opkomst van dé supermacht van de 21e eeuw.

Toen Deng in 1990 geleidelijk terugtrad, ging hij langs scholen, fabrieken, zakenlui etc. om te spreken over zijn visie en leefde daarna nog een paar jaar als kluizenaar. Zijn tour door het land werd in eerste instantie door de staatspers (beheerst door conservatieven) genegeerd. Maar foto’s en citaten uit zijn tour hangen overal in het land op winkels en muren.

Voor zijn opvolgers liet hij twee korte teksten (maximen) na. De beroemde:12 en 24 character statements. Die luiden als volgt:

24 character Statement:

Observe carefully; secure our position; cope with affairs calmly; hide our capacities and bide our time; be good at maintaining a low profile; and never claim leadership.

12 character statement:

Enemy troops are outside our walls. They are stronger than we. We should be mainly on the defensive.

Dit zijn woorden om lang over na te denken…

Een wereld in onzekerheid, de strategische monitor 2013

Instituut Clingendael en het The Hague Centre for Strategic Studies publiceren in opdracht van de ministers van Buitenlandse Zaken, Veiligheid, Justitie en Defensie jaarlijks een strategische monitor. De monitor van Clingendael onder redactie van Jan Rood en Rosa Dinnissen heet: Een wereld in onzekerheid. Deze analyses worden gebruikt bij het opstellen van beleidsdocumenten zoals de Nationale Veiligheidsstrategie en de nog te verschijnen nota’s ‘Internationale Veiligheidsstrategie’ en ‘Krijgsmacht van de toekomst’.

Actoren, domeinen, verschuivingen

De monitor zoomt in op vijf actoren die in het (niet nader gedefinieerde) concept ‘wereldsysteem’ van belang zijn. Het gaat om de ‘traditionele grootmachten’, ‘Internationale en regionale organisaties’, ‘niet-statelijke actoren en individuen’, ‘risicolanden en fragiele staten’.
Tegen dat speelveld, worden zowat alle relevante domeinen in het wereldpolitieke spel besproken: mondialisering, economie, wetenschap & technologie, massavernietigingswapens, polarisatie & radicalisering en klimaatverandering.

Methodologisch is het geheel overkoepelt door een conceptuele matrix (assenkruis) waarin onderscheid gemaakt wordt tussen vier polen: Multipolair, multilateraal, fragmentatie en netwerk,  waarbij de eerste twee statelijke actoren en de andere twee niet-statelijke actoren veronderstellen. Multipolair en fragmentatie duiden een situatie aan waarbij moeilijk te controleren eigenrichting dominant is. Bij multilateraal en netwerk is er sprake van samenwerking en/of consensus. Dankzij dit assenkruis worden verschuivingen en trends inzichtelijk aangegeven.

clingendael

The West versus the rest?

Hét voldongen feit, waar de monitor op hamert is: de dominantie van de OESO-landen neemt gestaag af. Waren zij in het verleden goed voor 60 tot 70% van het Bruto Wereld product, nu zal dat aandeel zakken tot 30 a 40%. (p22-23) en de ontwikkeling lijkt sneller te gaan dan gedacht en zich mogelijk te versnellen. OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) voorspelde dat China al in 2016 Amerika zal inhalen als grootste economie. De economieën van de VS en de EU bevinden zich volgens de monitor in een kwetsbare positie. Beiden gaan gebukt onder een schuldenlast en zeer hoge (jeugd-) werkeloosheid.

Hierdoor is ruimte voor nieuwe landen om de macht te grijpen. Er zijn de BRICS (Brazilie, Rusland[1], India, China en Zuid-Afrika) en breder de MIST (Mexico, Indonesië, Zuid Korea en Turkije) die zich zowel economisch als militair en politiek sterker manifesteren. Het westen, althans Europa op haar beurt is steeds verdeelder. De VS opereren sinds de oorlog in Irak steeds meer buiten de VN, en andere universele institutionele verbanden om. Ook in Europa zijn samenwerkingsverbanden steeds vaker bi- of trilateraal dan met instemming (en inspanning) van de Europese gemeenschap. De monitor van de denktank, spreekt in dat verband van een verschuiving van multilaterale, naar een ‘multipolaire’ politieke ontwikkeling. De mogelijkheid van een leiderloze wereld is reëel volgens de monitor.

De belangrijkste onzekerheden zijn de toekomst van de EU, het buitenlandbeleid van China, de Amerikaanse schuldenproblematiek (aanzienlijk groter dan die van de EU) plus de positie van de dollar als wereldmunt, en de grote vraag of de machtsverschuiving van het westen naar de rest van de wereld vreedzaam kan verlopen.

In het verlengde hiervan ligt onzekerheid over het voortbestaan en slagkracht van bestaande instituties en multilaterale instellingen als NAVO, EU, VN en zelfs het IMF (het internationaal monetair fonds, dat zowat het zenuwcentrum van het financiële systeem te noemen is). Dit alles duidt op een ideologische druk op westerse waarden. Clingendael registreert dat de VS internationaal steeds terughoudender optreden, waardoor Europa niet langer als free rider kan profiteren van Amerikaanse Realpolitik (152) en meer en meer zelfstandig zal moeten leren opereren. Het een uiteenvallen van de Eurozone is ‘meer voorstelbaar geworden’ in 2012, stelt de monitor voorzichtig (69).

china2

Grootmachten, de VS vs China.

De negentiende eeuw was – in termen van macht – een Engelse eeuw. De twintigste eeuw was Amerikaans. Sinds het uiteenvallen van de Sovjetunie zijn de VS zelfs ‘uncontested’, wat grote gevolgen heeft gehad voor het westerse (tenminste Amerikaanse) zelfbewustzijn. In intellectuele kringen werd in de afgelopen decennia gesproken van een ‘post political’ tijdperk. Aan de vooravond van de 21e eeuw lanceerde de invloedrijke Amerikaanse neoconservatieve denktank PNAC vol zelfvertrouwen haar manifest: Project for a new American century. En hier werd beleid op gevoerd (veel van de ondertekenaars waren invloedrijke beleidsmakers). Clingendael echter laat er nergens twijfel over bestaan, dat die droom in duigen ligt. De monitor onderscheid zeven grote mogendheden: de VS, China, Rusland, De Europese Unie, Japan, India en Brazilië. De macht is de afgelopen jaren verschoven in het nadeel van de VS en de EU. De monitor wijst op toenemende spanningen tussen China en de VS. Niet alleen zien beide grootmachten economisch hun belangen steeds meer in oppositie komen. Ook politiek en zelfs militair groeien de tegenstellingen[2]. De VS concentreren zich in toenemende mate op de pacific-regio.

‘Binnen het patroon van verschuivende machtsverhoudingen is sprake van toenemende spanningen in de Azië-Pacific […]. De Amerikaans-Chinese as domineert meer en meer het wereldsysteem, en de ontwikkeling van de verhouding tussen deze beide landen zal naar verwachting in de toekomst in belangrijke mate bepalend zijn voor de mondiale veiligheid en stabiliteit.’ (11)

Dat is een relevante ommezwaai in het Amerikaanse beleid, sinds Georg W. Bush. Amerika maakt zich in toenemende mate onafhankelijk van de traditionele energieleveranciers. Niet alleen op het gebied van schaliegas ook op het gebied van olie.

‘De winning van olie en gas uit schaliegesteentes is vooral in de VS in gang gezet […]. Waar de VS nu nog een importeur van olie en gas zijn, zal het lang volgens de laatste voorspelling (IEA/OECD, 2012) in 2015 de grootste mondiale gasproducent zijn. Voor 2020 zal de VS zich ook ontwikkeld hebben tot de grootste olieproducent en Saoedi-Arabië in dit opzicht gepasseerd zijn.’ (212)

Dat vooruitzicht verklaard waarom de VS zich afwenden van de MONA-regio (Midden-Oosten en Noord-Afrika) en zich richtten op de pacific.

De aankondiging dat de VS vanaf 2020 zestig procent van de marine in de Azië-Pacific regio zal stationeren, is in dit opzicht geen verrassing, maar blijft toch significant. De strategische ‘tilt’ (pivot) ten faveure van Azië betekent ook dat de VS de betrekkingen met landen als Japan, Australië, Zuid-Korea, Singapore, Indonesië, Vietnam en de Filippijnen (nog) verder zullen aanhalen.’ (51)

Chinese relaties met diverse buurlanden verslechterden in 2012, waardoor de Amerikaanse aanwezigheid (zeker Japan, maar ook India) niet op felle oppositie stuitte, en hier en daar zelfs heimelijk welkom was. De monitor voorspelt dat landen in de regio in de toekomst wellicht gedwongen zullen worden partij te kiezen. Hier tekent zich een toekomstige strategische strijd af. Volgens de monitor is de mogelijkheid van een oorlog tussen grootmachten klein, maar ze is groeiende. De meest waarschijnlijke confrontaties zullen zich afspelen tussen China en Japan[3], of China en de VS.

‘De vooruitzichten voor de Chinees-Amerikaanse relatie worden bepaald door de vraag of China economisch sneller blijft groeien dan de VS, en of China zijn politieke stabiliteit kan bewaren. Als beide zaken het geval blijven, dan lijken de twee landen op een confrontatie aan te koersen. De toenemende strategische druk op China toont aan dat de VS niet van plan zijn toe te laten dat China de Amerikaanse positie als mondiaal leidende staat zal evenaren’ (66)

De MONA-Regio

De turbulentie in het Midden-Oosten & Noord-Afrika krijgen, en dat is misschien opmerkelijk te noemen, geen aparte hoofdstuk in de monitor. Opmerkelijk omdat Ko Colijn, die bij aanvang van het eerste jaar als directeur van Clingendael schreef dat 2011 het jaar van de pleinen[4] was, en daarmee niet in de laatste plaats op de historische gebeurtenissen in het Midden-Oosten doelde.

De passages in de monitor over de Arabische revoluties liggen verspreid over de inleiding (de enige passage waarin een politieke ontwikkeling als potentiële kans op democratisering genoemd wordt) en verder in de hoofdstukken over polarisatie, natuurlijke hulpbronnen en klimaatverandering.

Voor Europa zijn de problemen in de MONA-regio urgenter omdat de regio praktisch haar achtertuin is en zij een mogelijke ontvanger van migratiestromen. Een effect van de revolutie in Libië (2011) op Europa was een luidere roep om een nieuwe Europese veiligheidsstrategie. Deze leidde nog niet tot een resultaat, maar in september 2012 kwam er een rapport van de Future of Europe-groep: het resultaat van overleg tussen elf ministers van Buitenlandse Zaken. Zij riepen op tot meerderheidsbesluitvorming op het gebied van buitenlands- en veiligheidsbeleid. Een aantal landen bleek achter de oprichting van een Europees leger te staan. Opvallend omdat 1) meerderheidsbesluiten moeilijker tot stand komen en 2) door de crisis overal in de EU op defensie bezuinigd wordt.

Syrië heeft zich inmiddels ontwikkelt tot een hoofdpijndossier, waarin al 70.000 slachtoffers werden opgetekend. De aarzelende reactie van de EU toont pijnlijk het gebrek aan eensgezindheid in de EU.[4] Het rapport vermeldt zonder verdere uitweiding over het complexe weefsel van (religieuze) identiteiten in de regio en schetst de bekende strategische belangen van Iran/Rusland en de golfstaten (respectievelijk vóór en tegen Assad).

De monitor wijst op de gevaren voor Europa, die deze burgeroorlog met zich meebrengen: ‘Hoewel zowel het Syrische regime als de opstandelingen de risico’s van het gebruik van chemische wapens inzien (ze zullen alle internationale steun verliezen), kunnen beide partijen de wapens wellicht toch inzetten als ze geen andere uitweg meer zien.’ (186) Daarnaast wordt met een besmetting van het geweld naar naburige staten, rekening gehouden, hetwelk complexe escalatie zou kunnen veroorzaken .

En dan is er Iran’s nucleaire programma. Israel sprak zich op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bij monde van Benjamin Netanyahu uitzonderlijk fel uit jegens Iran. Hij sprak van een ‘point of no return’ waarna Israel over zou kunnen gaan tot luchtaanvallen op Iraanse nucleaire installaties. Hoewel Iran niet inzet op het daadwerkelijk vervaardigen van kernwapens.

‘Mocht Israël inderdaad besluiten om een luchtaanval op Iraanse nucleaire installaties uit te voeren, dan zou dit kunnen leiden tot een regionaal escalerend conflict waarin het hele Midden-Oosten kan worden meegezogen. […] (Eisenstadt & Knights, 2012).’ (127)

Zo’n ontwikkeling zou een opleving van radicalisering in de regio én in de Europese samenlevingen tot gevolg kunnen hebben, evenals effect op de olieprijzen en daarmee de wereldeconomie. Een uitblijven van zo’n aanval, en een potentiële toekomst met Iran als atoommacht is eveneens hachelijk: ‘Iran heeft dan meer manoeuvreerruimte om de eigen agenda in de regio door te drukken, en andere landen zullen waarschijnlijk in wapenwedlopen (ook wat betreft defensieve maatregelen) worden gezogen om zo de strategische balans in de regio te herstellen.’ (187)

Verder blijft de monitor terughoudend in zijn voorspellingen ten aanzien van de ontwikkelingen in de Arabische wereld.

Economie en globalisering

Interessant zijn de hoofdstukken over economie en globalisering (het eerste concept is vrijwel identiek met het tweede). De resultaten in de monitor zijn hier schokkend te noemen. Van de zeven onderscheidden grootmachten is de EU de enige met een negatieve groei en de werkeloosheid is hier het hoogste (11% procent, gevolgd door de VS met 8,2%). De financiële crisis in het westen ondergraaft de aantrekkelijkheid van het westerse model én het draagvlak voor internationale beleidscoördinatie (158). Europa’s ‘soft power’ (de intensieve op consensus gerichte diplomatie) geënt op neoliberalisme (152) lijkt op zijn laatste benen te lopen.

Interessant is dat erop gewezen wordt dat de verliezer van globalisering niet langer in de alleen in de derde wereld wonen. Het gaat om een ‘grote, groeiende groep mensen in de gehele wereld, die niet profiteren van de mondialisering.’ (152) En in het Westen om mensen die ‘noch de vaardigheden, noch de mentaliteit hebben om van de mogelijkheden van een open en fluïde samenleving te profiteren’ (153).

Hier toont zich een ideologische blinde vlek. Immers, als het een economisch feit is dat steeds grotere groepen in de westerse samenlevingen niet profiteren van het westerse model, dan is dat in feite impliciet kritiek op het neoliberalisme, dat als ‘blueprint’ voor de westerse diplomatie en als westers waardenstelsel wordt aangeduid. De strategische monitor spreek in het rapport van een tekort aan governance: ‘de governance die noodzakelijk is om de risico’s van mondialisering te beheersen en het proces in goede banen te leiden, blijven achter bij de feitelijke ontwikkeling.’

werkeloosheid

In een inzet over politieke instabiliteit noemt het de jeugdwerkeloosheid die sinds de crisis meer dan 5,5 miljoen jeugdigen in de EU werkeloos maakte. In Griekenland en Spanje is de jeugdwerkeloosheid inmiddels meer dan 50%, in Portugal en Italië 30% en in Frankrijk 25%. Dit ondermijnd vertrouwen in het systeem en dat is merkbaar in groeiend radicalisme, separatisme, de opkomst van extremistische partijen, zowel ter linker als ter rechter zijde van het politieke spectrum. Dit leidt, volgens Clingendael, tot minder brede steun voor het proces van mondialisering en verdere Europese integratie.

Deze hoofdstukken lijken de meest urgente problemen voor Europa vormen en verraden sombere scenario’s. Het gebruik van complexe gebruik van termen als ‘governance’, ‘integratie’ en ‘crisis’ in relatie tot ‘financiële sector’ en ‘schuldencrisis’ vereisen een serieuze analyse die ik elders zal uitwerken; toch is zeker dat de cijfers en rijkdom aan invalshoeken en relaties deze studie tot een indringende en overtuigende maken die verdere politieke reflectie stof tot nadenken geeft.



[1] Hoewel de macht van Rusland wordt gerelativeerd. De monitor ziet Rusland op middenlange en lange termijn als verliezer op het internationale toneel.

[2] De VS gaven in 2012 682 miljard dollar uit aan defensie, China 166 miljard. (De VS bezuinigden daarmee 6% en China verhoogde zijn budget met 7,8%

[3] In het afgelopen jaar zijn de territoriale geschillen tussen Japan met buurland China (Senkaku/Diaoyu), Zuid-Korea (Takeshima/Dokdo) en Rusland […] weer opgelaaid. Er werd adequater gereageerd dan in 2010, maar vooral het conflict met China liep hoog op, met anti-Japanse demonstraties en vernielingen van Japanse bezittingen in China. Chinese consumenten boycotten in de laatste maanden van 2012 de verkoop van Japanse auto’s en andere producten, met negatieve gevolgen voor de Japanse economie (p54)

[4] Colijn noemde het Tahrirplein in Caïro, het Parelplein in Manama (Bahrein), ‘alle’ Beurspleinen omdat de Occupy Movement daarop ontsproot, het Schumanplein in Brussel waar Cameron een Britse aftocht uit Europa startte en de voor onmogelijk gehouden protest op het Moerasplein tegen de Poetin-Medvedev  poppekast zat zijn.