Baaldag

Waarom ik de kinderen in mijn klas zo goed begrijp?
Omdat ik vandaag een ouderwetse baaldag had!

Die hebben zij vast ook regelmatig. Want als je 14 bent baal je soms gewoon. Mijn dikke van Dale zegt dat balen: geen zin hebben, betekent. Maar zin waarin? Leven? Rennen met je handen in de lucht? Van een dijk afskaten met dramatische filmmuziek in je oordoppen? Zomaar iemand opbellen en vragen waar die pizza blijft? Een sekswinkel inlopen tien euro op de toonbank smijten en met een achteloos gebaar zeggen: één seks!
Of je huiswerk? Of een zak snoep leegeten met je vrienden en dan ruzie krijgen over de tumtums? Of in de winkel naar een of ander begeerlijk object gaan zitten kijken wat je toch nooit krijgt, en waarvan je voor jezelf de vele voordelen op een rijtje zet en je plechtig tegen jezelf beloofd dat je nooit nooit meer iets zult willen, als je alleen maar dít ding maar krijgt (van een facultatief opperwezen).
Of je aan je impopulaire hobby wijden en foto’s gaan maken rare architectuur? Of een tekening gaan maken van een schip in de Oude Haven?

Ah, nee, dat soort dingen baal ik nooit meer van. Ik heb geen skateboard meer en over tumtums maak ik geen ruzie. Ik deel ze uit aan iedereen die er een wil.

Maar soms baal je.
Ik vraag gewoon waarvan…
En meestal begrijp ik het.

Alleen leer je dat niet bij pedagogie. Dáár leer je de ordeladder van Teitler. Een soort micro-fascistisch repressie-instrument. Of hoe we van ”multi” en ”inter” tot het concept ”diversity” komen, want ‘all European societies are experiencing a transformation process towards greater cultural and religious pluralisation’, en daar moet rekening meegehouden worden, want baaldagen verschillen per cultuur. En daar kun je dan rekening houden door te ‘differentiëren’, want dát is het codewoord. En als je dát allemaal in langere leerlijnen kunt opnemen in het PTA, dan zit je natuurlijk wél lekker als de inspectie komt. Zo bevorder je instroom, doorstroom en uiteindelijk rendement. Want het zijn geldzakjes, die kids.

En daar baal ik dan een beetje van.
Maar goed. Over vijf maanden ben ik klaar. Dan ben ik volgens de wet bevoegd en dat telt. Dan ben ik een échte. En dán ga ik ze een lesje leren.

Enfin. Ik ga een pizza bestellen en iemand vragen waar die blijft 🙂