Onderworpen

Houellebecq’s Soumission is ZO lang van tevoren aangekondigd, dat een deel van de oorspronkelijke opwinding reeds theoretisch verwerkt leek voordat het als ‘Onderwerping’ verscheen in het Nederlands. ‘Onderworpen’, zoals de roman in vertaling heet verwijst zowel naar de letterlijke betekenis van de meest gehate religie op aarde, als naar de nabije toekomst van Europa.
Dat de discussie over Onderworpen zo ver vóór de Nederlandse publicatie al speelde lijkt de beleving te hebben beïnvloed en dat is jammer. Toch laat Houellebecq zijn lezer niet gemakkelijk bevestiging vinden, waardoor het boek aangenaam fris oogt.

Democratische strijd

Aan de vooravond van de verkiezingen in 2022 dreigt Frankrijk korte tijd onbestuurbaar te worden. Groepen Noord-Afrikanen terroriseren de straten, tegenprotesten van Franse ‘identitairen’ worden massaal bezocht. Er vallen doden. De universiteiten worden afgesloten en er circuleren pamfletten met uitgebreide voorbereidingen voor een burgeroorlog.
De opkomst van de ‘Fraternité musulmane’, de moslimbroederschap, staat aan het begin van de roman lijnrecht tegenover de ‘identitairen’; de ‘nationalistische’ tegenbeweging in Frankrijk die stemmen trekt voor het Front Nationale van Marine le Pen; het laatste bolwerk van Franse bestuurlijke hegemonie op eigen bodem. Front Nationale staat met 34,1% van de stemmen in de peilingen krap vóór de broederschap van Mohammed Ben Abbas.
François, Huysmansspecialist aan de letterenfaculteit van de Sorbonne, vlucht uit Parijs om in de provincie de uitslag van de verkiezingen af te wachten. En dan gebeurt het ondenkbare: de islamisering van het Avondland, die demografisch al decennialang traceerbaar was, vindt een politiek hoogtepunt: Frankrijk beëdigd de eerste democratisch gekozen islamistische president, de briljante politicus: Mohammed Ben Abbas.

Inzicht

Het interessante van de roman, is dat Houellebecq de tijd neemt om en detail de politieke intrige te schetsen, waarbij bekende namen als Sarkozy, Tariq Ramadan, Hollandse en zelfs Mitterrand voorbij komen. Na een overhaaste vlucht naar een landelijk pension raakt François in gesprek met een collega van de Sorbone die één van de identitairen was: ‘Ziet u, […] het Bloc Identitaire was in werkelijkheid allesbehalve een blok, het was verdeeld in tal van facties die elkaar slecht begrepen en elkaar slecht konden verdragen: katholieken, solidaristen in de lijn van de Derde Weg, royalisten, neoheidenen en hardline laïcisten met extreemlinkse wortels…’
En deze wat schimmige herkomst van een diepe pan-Europese tegenbeweging kende gevolg: ‘Maar het is allemaal veranderd toen de Europese Autochtonen werden opgericht.’ Deze laatste instantie zou een soort Europese samenwerking tussen de populistische bewegingen. En na de verkiezingen wordt het zaak voor sympathisanten van de identitaire beweging om hun lidmaatschap te vernietigen.
Maar de identitairen komen te laat. Een collega en voormalig lid van de beweging analyseert nuchter: ‘De moslimbroederschap is een bijzondere partij, weet u: veel van de gewone politieke thema’s doen er voor hen nauwelijks toe, en vooral, ze stellen de economie niet in het middelpunt van alles. Voor hen zijn demografie en onderwijs de hoofdpunten: de bevolkingsgroep die de beste vruchtbaarheidscijfers heeft en die zijn waarden weet door te geven trekt aan het langste eind. Zo simpel is het in hun ogen, economie, en zelfs geopolitiek zijn maar bijzaak: wie kinderen heeft, heeft de toekomst, punt uit’.

Een compromis met Islam

De nieuwe president zorgt voor een aardverschuiving in de Franse cultuur. Vrouwelijke en katholieke hoogleraren worden uit hun functies ontheven, conversie naar Islam wordt verplicht in educatieve functies. Er volgt een massale exodus van vrouwen van de arbeidsmarkt, waardoor de werkeloosheidscijfers enorm teruglopen en polygamie wordt gelegaliseerd.

Toch schetst Houellebecq, die historische parallellen aanhaalt, het beeld van gelatenheid in de intellectuele elite. In een gesprek over de politieke ontwikkelingen zegt collega Tanneur: ‘Iedereen weet dat Karel Martel in 732 bij Poitiers de Moren heeft verslagen, waarmee hij de islamitische expansie naar het noorden een half toeriep. Het was indrdaad een beslissende slag, die het ware begin van de Christelijke middeleeuwen inluidt […]’ Maar die Christelijke hegemonie van Europa is definitief ten einde: ‘Het klopt dat er enorm veel veldslagen zijn geweest tussen het christendom en de islam, vechten is van oudsher een van de voornaamste mensenlijke activiteiten, oorlog is natuurlijk, zoals Napoleon zei. Maar ik geloof dat nu het moment is gekomen voor een compromis, een alliantie met de islam.’

In Houellebecq’s intellectueel meest bedwelmende pagina’s lijdt de stijl soms onder de Nietzschiaanse culturele vergezichten. Nietzsche’s diagnose van de zieke oude cultuur van het Avondland trilt door in Houellebecqs analyse, maar zonder woede. François krijgt een riant pensioen en heeft geen plan om de rest van zijn leven door te komen, totdat hij een aanbieding krijgt voor een onderzoeksopdracht in zijn specialiteit, van een geconverteerde collega Rediger. De apotheose van de roman is een gesprek tussen François en Rediger, die François probeert te overtuigen van de onvermijdelijkheid van de Islamitische dominantie over Europa. Hij vertelt over zijn eigen conversie:

‘Het Europa dat het hoogtepunt van de menselijke beving was heeft inderdaad zelfmoord gepleegd, binnen het bestek van een paar decennia’, vervolgde Rediger bedroeft; ‘in heel Europa had je de anarchistische en nihilistische bewegingen, de oproep tot geweld, de ontkenning van elke morele wet. En toen, een paar jaar later, eindigde het allemaal met de niet goed te praten dwaasheid van de Eerste Wereldoorlog. Freud heeft zich niet vergist, Thomas Mann ook niet: als Frankrijk en Duitsland, de twee meest geavanceerde, meest beschaafde natie van de wereld, zich konden overgeven aan die redeloze slachtpartij, dan kon dat alleen maar betekenen dat Europa dood was. […] De volgende dag ben ik naar een imam in Zaventem gegaan. En de dag daarna – paasmaandag – heb ik in aanwezigheid van een tiental getuigen de rituele formule uitgesproken om me te bekeren tot de islam.’

François zal hetzelfde moeten doen. Hij zal beloond worden met een riant salaris. Hij zal via het huwelijk toegang hebben tot piepjonge meisjes en promotie maken aan de Sorbonne. Al wat hij hoeft te doen is meegaan naar een ceremonie waar hij de heilige woorden moet uitspreken: ‘ʾasjhadoe ʾan lā ʾilāha ʾillā-llāh, wa asjhadoe anna moeḥammadan rasōēloe-llāh.
‘Ik zou nergens spijt van hoeven te hebben.’