Tahrir Square Everywhere!

Milton Friedman, neem hem nu maar zijn nobelprijs van de economie af. Het is een sekte, een leugen die niet bestand is tegen de wereld.’

Lieven de Cauter sprak bij Casa Luna over de Occupy beweging die deze week in navolging van de opstand in Egypte wereldwijd doorbrak. Tien jaar was hij boos en  tien jaar pessimist, toch klonk het jubelend: Tahrir Square Everywhere!!!

Luister hier de uitzending.

http://www.radio1.nl/contents/39412-filosoof-lieven-de-cauter-is-al-tien-j-r-woedend


Van Ayn Rand, via Alan Greenspan tot de kredietcrisis is het een utopie. Human Resource, alleen de term zou alle alarmbellen moeten doen afgaan. Management lijkt politiek neutraal, maar dat is het niet. We zijn allemaal deel van het kapitalisme. Het neoliberalisme zit ons tot in de poriën.

Maar het is een utopie en ik kan een zesjarige uitleggen dat de 1% de 99% beroofd. Op Wallstreet, bij de banken zitten de rovers en ze roven al dertig jaar. Iedereen kan het nu zien. Het is evenwel een wereldwijde utopie.

Dat via sociale netwerksites, losjes georganiseerd op facebook en dergelijke het mogelijk is om in Brussel, Berlijn, Madrid, New York, Amsterdam, Den Haag, en Rome, is een voorbeeld van een geheel nieuw soort van intelligentie. Zwermintelligentie. Waar vanaf Plato alle politieke theorieën de menigte zagen als een ongestructureerde kracht die beteugeld en geleid moest worden. En nu blijkt dat er een intelligentie bestaat in een genetwerkte menigte die zichzelf organiseert. Op Tahrir Square organiseerde de menigte drie hospitalen, oude vrouwtjes kwamen eten uitdelen, de Christelijke activist George Ishak (zie beeld hieronder) trad op als leider van de burgerlijke oppositiegroepen genoemd: Kefaya (Genoeg!), waarbij zelfs vooraanstaande islamist Abdelwahab al-Meisseiry zich aansloot. Kopten en moslims organiseerde hun gebedstijden zodat zij elkaar konden beschermen als de politie aan zou vallen. Op het laatst stonden er aldus de Cauter 3 miljoen mensen op straat, 3x Brussel!

Tahrir Square Cairo is het ankerpunt volgens de Cauter. Tahrir Square is de uitkomst van 9/11. Dit is waar de clash of civilization eindigt; waar Project for a New American Century, het intellectuele program van de Bush administratie dat werelddominantie ambieerde, eindigt. In 2011 was het Kefaya en dat stemt ons hoopvol.  ‘Hoop komt nu echt uit de Arabische wereld’.  Daarom zegt de Cauter nu al maanden: Tahrir Square Everywhere!

 

Als was Egypte een kippenboerderij

Egypte is een verschrikkelijke dictatuur. Maar, het is wel het land van Alaa al Aswani, en hij is oud genoeg om zich de gloriedagen van het Arabisch Nationalisme van Gamal Abdel Nasser te herinneren die zich teweer stelde tegen het opportunistische beleid van de Verenigde Staten, het Suez kanaal opnieuw in Egyptische handen bracht en een seculier beleid voerde. Egyptische vrouwen lagen in Bikini op het strand en de was religie tolerant.

In zeer heldere, bijna banaal-redelijke columns onderzoekt de Egyptische tandarts Aswani, zijn tijd. Daarbij is hij vóór vrouwenrechten en tégen de gezichtsbedekkende kleding voor vrouwen (een voortvloeisel van een ”achterlijke Wahabitische islamopvatting uit het steenrijke Saoedi-Arabië’), vóór Islam, maar tegen Islamisten, vóór de vruchten van de westerse beschaving maar tegen westers buitenlands beleid in de Arabische regio. Hij leest als een lange opluchting. Nergens neemt hij een blad voor de mond (behalve misschien als hij Hosni Moebarak doorlopend een goede gezondheid toewenst), en steeds is de laatste zin van zijn columns: democratie is het antwoord.

Al Sawani’s stijl doet denken aan Theodore Dalrymple, beheerst en beschaafd, maar zijn conclusies zijn diametraal tegenovergesteld. Waar Dalrymple altijd ‘het volk’ aanwijst, daar ziet Al Sawani steeds de regeringen van die volkeren als schuldige. Daarom verdedigd hij de westerse cultuur, maar beschimpt hij de dubbele moraal van westerse politici. Iedereen die het verdiend krijgt ervan langs. Moebarrak die zijn land wilde overerven aan zijn zoon ‘als was Egypte een kippenboerderij’, Iran met haar ‘ten hemel schreiende’ mensenrechtenschendingen, de Saoedische Sjeiks die op de staatstelevisie een conservatieve moraal prediken maar nooit kritiek hebben op de mensenrechtenschendingen in Egypte.

Het Zwitserse verbod op minaretten, Sarkozy’s Islambeleid wijst hij af, maar hij heeft begrip voor de moeilijkheden die westerse landen hebben met Wahabistische tendensen in hun land. Hij deelt de zorg! Keer op keer legt Aswani de vinger op de zere plek. Obama’s speech in Egypte bij zijn aantreden waarin hij oproep tot een nieuw begin met de islamitische wereld was een leuke poging, maar waarom ondersteunt hij dan een dictatoriaal regime als Egypte dat miljoenen in armoede bracht en vele duizenden mensen martelden in de gevangenis? Hebben die geen recht op democratie?

Opvallend is zijn aandacht voor de positie van de vrouw. Fel verdedigd hij de vrouwen tegen de vele schofterigheden van Egyptische mannen tot aan groepen jonge mannen die zich overgeven aan verkrachtingen midden op straat. Hij verdedigd hier echter evenzeer het Egyptische volk en wijst het Saoedische Wahabisme (dat vrij spel heeft op de staatstelevisie) en de regering die zijn volk dom en arm houdt, aan als verantwoordelijke.

Zelfs zijn landgenoot en collegaschrijver Gaber Asfoer krijgt een veeg. Asfoer was niet te belabberd om de ‘Khadaffi literaire prijs’ (t.w.v. 150.000 dollar) in ontvangst te nemen uit handen van Khadaffi zelf. Nee, neem dan een voorbeeld aan de Spaanse schrijver Juan Goytisolo, die de prijs weigerde ‘om de simpele reden dat ze ingaat tegen de principes waarin ik geloof.’ Een soortgelijke bewondering van steevast de liberale Mohammed el-Baradei ten deel. In de aanloop naar de Irak-oorlog was el-Baradei (hoofd van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA)), niet te beroerd om een rapport op te stellen waaruit bleek dat er geen kernwapens in Irak waren en later waagde hij het om Amerika te vragen waar de tonnen aan wapens uit de depots waren gebleven. el-Baradei balanceert tussen het leger en de moslimbroederschap, en lijkt de ideale kandidaat om van Egypte een democratie te maken.

De moraal van het verhaal is een aanrader voor iedereen: westerlingen en westerse moslims, moslimbroeders en Egyptische jongeren: ‘Vrijheden zijn onscheidbaar… vrijheid krijgt alleen maar zijn waarde in de context van het verdedigen van andere rechten, de vrijheid en waardigheid van het volk.’

Democratie is de oplossing.

Een warm portret in tertiaire kleuren

Dromen van een Arabische lente van diplomate Petra Stienen, geeft niet wat de titel beloofd. Of zijn ze ingehaald door de werkelijkheid? Echter, de dromen van Stienen, schetsen het beeld van een Egypte dat snakt naar vernieuwing; de vormen die deze dromen zullen krijgen worden nu geschreven.

Het verhaal van Petra Stienen begint als jonge diplomaat in Egypte. Stienen, die Arabisch studeerde heeft een uniek voordeel op haar doorgewinterde collega’s: direct contact met het Egyptische volk. Het beeld dat zij schetst van de diplomatieke wereld is doet soms wat wereldvreemd aan. Jonge hippe hoogopgeleide juppen die zich moeiteloos een weg banen door een Noord-Afrikaanse metropool, zonder ooit notie te nemen van de realiteit van de lokale bevolking. Stienen moet wennen aan de vormelijkheid en hiërarchie, maar lijkt hierin al snel haar draai te vinden. Toch blijft er een verschil.

Stienens temperament brengt haar in contact met progressieve Egyptenaren. Kunstenaars, journalisten, schrijvers, feministen geven haar een uniek inkijkje in (wat zij noemt) het ‘echte’ Egypte. Het Egypte dat de gemiddelde toerist nooit zal zien. Bijzonder leerzaam zijn de beschrijvingen waarin zij lezingen bezoekt, waarvan de titel – voor het geoefende oog – vuurwerk beloven, maar die bij bezoek tegenvallen. Waar de niet-ingeleide westersling teleurgesteld zou afhaken, blijkt steevast een addertje onder het gras. Vaak wordt ze aangesproken door een bekende, die haar vertelt dat de geheime politie in de zaal een openlijk spreken verhinderd.

Dat zijn de addertjes die Stienen doorziet, waardoor ze veel dichter op de politieke realiteit van Egypte komt dan menig collega. Aangrijpend is vooral de scene waarin Stienen beschrijft hoe zij en Farah Karimi, destijds kamerlid van Groenlinks, kortstondig het vertrouwen winnen van Ramadan Shallah leider van Islamic Jihad winnen. ‘Natuurlijk zijn we onder bepaalde voorwaarden bereid Israel te erkennen en de oproep tot vernietiging af te zweren.’ (p297) Onderweg naar huis realizeren Karimi en Stienen zich het immense politieke belang van deze opening tot dialoog. Stienen meent dat de Iraanse achtergrond van het Nederlandse kamerlid vertrouwen wekte. De lezer realiseert zich onmiddellijk hoeveel goud wij in handen hebben met onze tolerante samenleving. Dezelfde tolerante samenleving die nu zo onder druk staat.

Meermaals moet Stienen laveren tussen politieke representatie en acute kansen in het veld. Ze schetst een warm beeld van de kleurrijke Egyptenaren die ze ontmoet, maar is ook fair over de vele problemen en hun oorzaken in Egypte. Het is geen droombeeld van duizend en één nacht dat ze schat. Het is zijn niet louter heldere kleuren, het een droom in tertiaire kleuren, maar een droom waar Nederland bij betrokken moet zijn. De Arabische lente is nu aan de gang. Stienen zal er niet meer bij zijn, maar ze leert haar lezers stilstaan bij de complexe en interessante ontwikkelingen in de Arabische wereld.