Ik creëer je in de armen van een ander

Voordracht voor LowSofie; So you Think! Filosofische talentenjacht in Trouw de Verdieping, Amsterdam 25 juli.

Lieve Sofie,

Ik heb je lief Sofie, filosofie! Liefde voor de waarheid. In iedere taal noem je de hartstocht waar ik je vanavond over vertel: liefde-voor-de-waarheid. Filo-Sofie. Behalve in het Nederlands. Wij begeren je! En niet als waarheid, maar als wijsheid. Wijsbegeerte! Als dat geen VOC-mentaliteit is. Wij plakken geen grappige post-its, op je koelkast als je ’s ochtends nog ligt te slapen. Wij begeren je de hele nacht.

Dat klinkt Grieks eigenlijk he? Griekser dan de Grieken.

Maar Sofie, daarover vertel ik je later. Ik moet eerlijk zijn, tegen jou, in je hoedanigheid als waarheid. De waarheid is dat ik vreemdga. ’t Waar Sofie. Ik ben vreemdgegaan. Ik heb op andere meiden gelegen. Heel veel andere meiden. Het is al een tijdje zo. Een paar jaar. Een jaar of acht. En ik kan niet beloven dat ik niet opnieuw de mist inga. Trouwens, je hebt het er zelf naar gemaakt, je kunt niet boos op me zijn…je bent niet bepaald goed bereikbaar de laatste tijd.

Daarbij: Steeds als ik met andere meiden slaap, dan denk ik dat jij het bent met wie ik vrij. Dat moet je geloven.

Hoezo hoef je dat niet te geloven?

Och ja, ik weet het alweer: jij hoeft niets te geloven. Ik moet geloven in jou!

Maareh.. Sofie, ik ben bepaald niet de eerste die je belazert. Hebben niet al jouw minnaars je een keer belazerd?

Dachten in de duizendjarige Europese middeleeuwen niet alle filosofen dat je God was? We kunnen van Meneer Leibniz toch niet zeggen dat hij niet van je hield? Hij noemde jou: het beste van alle mogelijke werelden, nee, hij vond dát jouw bestaan er de oorzaak van was dat wij leven in dé beste van alle mogelijke werelden. Dát is een liefdesverklaring! En bepaald geen kalverliefde of wel?

Maar je bleef God.

Pas bij Spinoza, die jou gelijk stelt met alles wat er is, en aldus het pantheïsme van nieuwe intellectuele betekenis voorzag, pas toen werd het mogelijk te denken dat je misschien géén God was. Maar nog iets veel groters. En mooiers. En nabijer ook.

Er is van jou gehouden Sofie, en je mag écht niet boos op me zijn dat ik soms vreemdga.

Echt! Ik ben erg vaak vreemd gegaan maar dat ligt niet aan mij, het ligt aan jou. Echt. Ik ben je trouw geweest terwijl je niet bepaald bekend bent. Je komt niet op tv ofzo. Trouwens: Als ik je bel neem je niet op en je hebt geen vaste woon of verblijfplaats. Is het dan zo gek dat ik soms even een momentje van zwakte heb?

Ik kan je nooit vinden!

Maar ik zoek wel.

Pas Meneer Nietzsche wist zo zeker dat jij God niet bent, dat hij zei dat God niet bestaat. Maar Nietzsche heeft je pas écht verlaten! Die heeft zijn leven lang getreurd omdat hij had gezegd dat God niet bestond. (juist omdat hij vond dat hij er gelijk in had). En dat noemt zich optimist!

In de biografie van Meneer Nietzsche las ik dat zijn huishoudster eens door het sleutelgat keek en de oude Nietzsche naakt door zijn studeerkamer danste.

Nou, die heeft je verlaten.

Hij had een nieuwe liefde: Dans! Het schijnt me nogal een voorstelling geweest te zijn. Dat oude lijf, die snor, dat lichaam dat 43 jaar voorovergebogen achter een studeertafel gezeten heeft. Is niet sexy Sofie

Maar, Sofie, het zou wel mooi zijn als je tenminste iets van deze relatie geleerd had! Dat je bijvoorbeeld niet ZO lang niets van je kunt laten horen. Das toch geen relatie?

Wij hebben wel iets van meneer Nietzsche geleerd namelijk! Na meneer Nietzsche geloven we niet meer dat God een vader is die van op een wolk naar ons zit te kijken. Als je al gelovig bent, dan is dat op abstractere wijze dan dat. Daar hou je toch zo van? Wij zoeken je in de abstractie.

Enfin Sofie. Ik ben vreemdgegaan, maar ik wil alleen maar zeggen dat ik je wel de hele tijd trouw blijf, ook al ben je niet bepaald goed bereikbaar.

Ik kan je alleen zoeken en je ligt ook niet bepaald op straat.

Nouja! Ik zoek je daar wel, en soms kom ik iemand tegen die je kent. (maar die kent dan Ad Verbrugge van de tv.). Maar ik zoek jou. En ik kijk wel! Ik kijk overal voor jou.

Nee, al wat ik kan doen is de brieven lezen die andere aan je schreven. Ik las Dé Staat van Plato. Maar ook Wittgenstein, Popper en Derrida. En ook nog wel heel wat obscuurder aanbidders: Machiavelli uit Florance, Emil Cioran uit Roemenie, Baltasar Gracián uit Toledo en Joseph de Maistre uit het onwaarschijnlijk: Sardinië.

Ja, ik hou wel van dat soort vreemde vogels.

            Er is van jou gehouden Sofie, en je mag niet boos op me zijn dat ik soms vreemdga. Alleen omdat ik je soms zoek op de verkeerde plaatsen.

Nee, het is niet bepaald gemakkelijk om je te vinden. Er is geen paleis voor je gebouwd en er is geen politieke partij voor je opgericht. Of nouja, Meneer Marx heeft dat toch geprobeerd?

En…? heeft hij je gevonden in het einde van de geschiedenis?

Nee, Maar Meneer Marx is bepaald lief voor je geweest.

Het was erg aardig toen hij je de laatste beslissende wending in de geschiedenis noemde. En toen hij schreef dat je een spook was dat door Europa waart, was dat écht niet omdat hij jou lelijk vond. Het was alleen maar om de kapitalisten bang te maken.

En jij zou dan in de gedaante van de arbeidersklasse opstaan en een laatste trucje vertonen. Dat was alles wat hij vroeg. En dan zou er een utopie ontstaan. Een ideale wereld waarin er geen arbeider meer is en geen bankier. We zouden allemaal ‘s ochtends te jagen, ‘s middags te vissen, ‘s avonds veeteelt te bedrijven en na het eten de kritiek te beoefenen, al naar gelang we zouden verkiezen, zonder ooit jager, visser, herder of criticus te worden.

Nee, meneer Marx is bepaald charmant tegen je geweest.

Maar… je bleek je niet te verwaardigen? Toch? Of ga je straks in de vorm van de mondiale kredietcrisis toch nog tonen, dat Marx al die tijd gelijk had. Dat we bankiers evenmin over onze levens willen laten beslissen, als dat we arbeider willen zijn in de poppenkast van het grootkapitaal?

Eigenlijk weet ik niet met wie jij het allemaal doet Sofie!

En trouwens! Ik wil het ook niet weten.

Het kan me eigenlijk ook helemaal niet schelen.

Trouwens, hoezo zou je nou boos zijn als ik je soms in het bed van de religie, muziek of de kunst zoek? Wat wil je dan?

Een monogaam huwelijk? Dat we elkaar eeuwige trouw bezweren en dan samen gelukkig zijn. Na ons de zondvloed? En dan samen een hypotheek nemen, in een Vinexwijk gaan wonen, een baan zoeken, en dan een leven lang kromliggen en dan zeggen dat we gelukkig zijn? (Wat moet er van onze kinderen komen?)

Trouwen! Ik ben toch geen fundamentalist? Dat hebben we het afgelopen decennium toch gezien. Aan de ene kant de moslims, die Nietzsche nog niet gelezen hebben, en geen verlichting hebben doorgemaakt. Die hebben maar één boek! Bedwelmd door het idee dat ze je al gevonden hebben.

En wij dan aan de andere kant: volkomen transparant, fris gewassen en rationeel, wetenschappelijk en pragmatisch en volstrekt niet verantwoordelijk voor milieucrisissen, voedselcrisissen, werkeloosheidscrisis, financiële crisis.

En wij dan zeggen: List van de rede!

Had Hegel bedacht! Die andere minnaar van je.

Slim… dat je dan kunt zeggen; ‘het klopt niet… maar dat is niet mijn schuld. ’t Was de rede… die heeft soms listen.’

Nee, dat was niet mooi toch Sofie? Het afgelopen decennium. Met al die haat en nijd over en weer. En die burgerrechten die we verloren zijn enzo. Dat heeft toch niemand gewild?

BP die de oceanen vervuild voor de Amerikaanse kust, zonder dat er publieke rechtzaken op volgen… Nee, Sofie, dat GELOOF je toch niet?

Niemand zal geloven Sofie, dat dát jouw werk is. Nee, het was niet de liefde voor de waarheid die het afgelopen decennium heerste in de ‘war on terror’. Nee, dat zal ook écht niet in de geschiedenisboeken komen als een periode waar we trots op kunnen zijn.

Nee.

Nee, maar toch geloven we nog wel in onszelf Sofie. We hebben nog steeds onze beschaving en we houden een beetje van onze vergissingen. En aan jou denken we vaak niet. Ik zei net: er is geen politieke partij voor je opgericht. Maar er zijn wel pogingen gedaan om jou de politiek in te krijgen. En niet de minste he?

Ergens moeten we kiezen. Want terwijl jij daar ijdel zit te wachten draait de wereld door. Wij moeten beslissen. Wat eten we vanavond? Welke baan zal ik nemen? Zullen we soldaten naar Uruzgan sturen? Zullen we nog eens iets privatiseren?

Je bent vaak genoeg uitgenodigd aan tafel om te helpen beslissen. Je bent wel welkom he? Sofie? Wij houden van je!

Ik in ieder geval.

Vaak kijk ik naar je Sofie. Ik kijk naar je als ik praat met filosofievrienden in de kroeg. Ik kijk naar je als ik college geef. Ik kijk dan écht wel naar je. En ik vind je nog net zo mooi als toen ik je net leerde kennen. Je weet dat mijn eerste filosofieboek Machiavelli was toch? Die was door 2Pac destijds bekend geworden. Weet je dat nog? Ja, dat was zo. En ik ging Machiavelli écht kopen en écht lezen. Eerst de Heerser. En daarna de Discorsi. 500 pagina’s van een oude Italiaanse lover van je. En toen ben ik filosofie gaan studeren. Dat kon toen nog… zonder studiebindend advies en langstudeerboete 😉

Ah… had ik ook niet nodig hoor. Ik was netjes in vijf jaar klaar. Met die universiteit dan he? Met jou nog niet. Ik heb daarna ook avond aan avond naar je zitten kijken. Wat ik zag vond ik nog steeds leuk. Weergaloos mooi. Je bent de mooiste Sofie. Echt waar. De mooiste die ik ooit gezien heb.

Maareh…

Ik denk écht serieus soms aan die Vinexwoning, en die hypotheek. En ik zou ook best willen trouwen enzo. Uiteindelijk moet ik toch een keertje… tja! Ik moet kiezen.

Nouja…

En daar gaat het dan soms mis. Met die andere vrouwen.

Maar punt blijft, lieve Sofie.

Filosofie… is een werkwoord! Dus als ik soms in de armen van een of andere schone deerne: aan het werk ben… ja, dan moet je niet boos worden.

Vind ik.

Ja, ik lig ik op een ander. Ja!

Ja! En daar ben ik zelfs serieus mee. Ja, ik zal het maar eerlijk zeggen. Ik vind het nog lekker ook.

Kijk, zoals ik het zie Sofie…

Ben jij heel veel dingen.

Je bent een vrouw. Althans… dat zei meneer Derrida: de waarheid is een vrouw. Hij zei dat in het boek Sporen. Want hij dacht dat hij jou nooit zou vinden, maar hij meende dat je tenminste op het spoor was.

Soms heb ik gedacht dat je een Arabische vrouw bent. Want je versluierd je. Steeds als je meneer Derrida een sluier toewierp, bleek er een nieuwe sluier achter schuil te gaan. Als een eindeloze striptease, zonder ooit een stukje huid. Maar meneer Derrida, bleef goed naar je kijken. En hij zag dat je steeds abstracter werd. Jij verbergt je achter abstracties. Alleen kinderen geloven in sinterklaas. Wij geloven in jou juist omdat je je verbergt in abstracties.

Meneer Kierkegaard, je Deense aanbidder, hield ook van je. Die ondeugende eroticus ging zichzelf versluieren. Steeds schreef hij een boek onder een ander pseudoniem. Hij benaderde je van verschillende kanten zonder ooit te zeggen dat hij één ding op het spoor was. En uiteindelijk zei meneer Kierkegaard dat je niet in de rationele analyse te vinden bent. Je moet een sprong maken, voorbij de rede. Het is een daad van geloof! En dán vinden we jou.

Ik weet het niet hoor Sofie. Is het werkelijk OF/OF? Alles of Niets? IS het werkelijk een kwestie van kiezen?

Ik vond Gilles Deleuze een leuke minnaar. Volgens hem gaat het niet om kiezen en niet om kijken. Waar het om gaat is maken! En doen! Hij ziet jou niet als een vrouw, maar als een beweging. Een beweging waar je in kunt stappen. Je moet tegelijkertijd meebewegen en sturen. En dat is alles wat we doen kunnen. Ieder zijn eigen Sofie. Multisofie. Filosofie van de multitude. Of nee… een omhelzing waarin je tegelijkertijd in elkaar doordringt als doordringen wordt. Deleuze geloofde niet dat je een vrouw was, hij wilde ‘vrouw-worden’ (becoming woman). Het was creatie. Voorplanting! Pure voorplanting.

Zo zie ik het ook een beetje Sofie.

O lieverd. Ik durf je niet eens te zeggen met wat voor gedrochten ik het bed gedeeld heb. Op zoek als ik was naar de waarheid!

Lieve Sofie, ik hou van je, en ik zoek je, ik kijk naar je, en ik kies voor je.
En ik creëer je in de armen van een ander.

Om je dood te lachen

graf_wOver humor in de filosofie is nauwelijks geschreven. Over de dood des te meer. Volgens Arthur Schopenhauer, vervent tegenstander van leedvermaak, is de dood zelfs de eigenlijke genius van de filosofie.  Is het verwonderlijk dat Maarten Doormans Denkers in de grond, een boek waarin nu eens wel veel te lachen valt, gaat over de dood, vraagt leonhard de paepe zich af voor Athenaeum

De voor de filosofie benodigde verwondering lijkt vooral te ontspringen aan de poging om alles ernstig te nemen. Er zijn weinig lachebekjes in de filosofie. Alleen de Franse filosoof Jacques Derrida permitteerde zich af en toe een grapje – hij citeerde ooit de gehele kritiek van John Searle, om te bewijzen dat ieder spreken citeren is. Searle kon daat niet om lachen en liet de publicatie tegenhouden met een strijd om copyright. Bergsons studie over het onderwerp is de lach toch vooral een emotie van sociale in en uitsluiting.

Het is inderdaad opvallend dat filosofen iets hebben met grafstenen en galgen(humor). Als bloedserieus student was ik ooit getuige van een op vakantie gemaakte homevideo van filosoof Henk Oosterling die zich in het zwart gekleed liet fotograferen gezeten op het graf van Michel Foucault begeleid door het lied: Killing in the Name van Rage against the machine. Dat vond hij wel lachen. Ook Doorman laat zich in dit selecte gezelschap van lachers in de filosofie niet onbetuigd. In Denkers in de grond staan de teksten en foto’s van de graven van grote geesten die cultuurfilosoof Maarten Doorman samen met Fredie Beckmans wekelijks op de achterpagina van NRC Handelsblad publiceerde. De daarmee samenhangende dollemansritten door heel West-Europa beschrijft hij in niet eerder gepubliceerde smakelijke teksten vol drank, cafébezoek en sprekende doden.

Doorman strooit talloze wederwaardigheden over de dood van onsterfelijke denkers  uit over de bladzijden van dit boek. Met gevoel voor ironie stelt hij vast dat op een bewolkte dag in Edinburgh juist die ene zonnestraal op het mausoleum van David Hume valt. Het mag géén wonder heten. De denker had zich immers een leven lang beijverd om het bestaan van wonderen te bestrijden. Het was dus toeval.

Sowieso blijkt de grafmode van denkers nogal eens ironisch uit te vallen. Nietzsche, de filosoof met de hamer, die de brute levenswil radicaal omarmde,  blijkt in totale verstilling naast de kerk te liggen in het gehucht Röcken waar hij in 1844 geboren werd, terwijl Heideggers eeuwige rust wordt verstoord door voorbijrazend vrachtverkeer. ‘Zelfs de gelatenheid van de dood legt het af tegen het alomtegenwoordige van de door Heidegger levenslang zo filosofisch bekritiseerde techniek.’

Van Descartes weet Doorman dat hij zestien jaar nadat de moderne uitslaper in het Lutherse Zweden bij de piepjonge koningin Christina het leven liet naar Parijs gehaald werd zonder zijn rechter wijsvinger en zijn hoofd: ‘Vooral dat laatste is bizar’, stelt Doorman ‘bij iemand die zelf van een koningin verlangd had haar hoofd er steeds bij te houden.’ Bentham zit in een kast op de gang van het University College te London. Ook zonder hoofd. Dat is er bij het prepareren afgevallen. ‘Geruchten willen dat studenten inbraken en ermee voetbalden.’ Vermeldt Doorman niet zonder leedvermaak. Poppers dood vat Doorman op als de falsificatie van onsterfelijkheid en Adam Smith ‘de Darwin van de economie en de founding father van het kapitalisme’, ligt in een graf dat is opgeknapt en gesponsord door de bank. Zo gaat dat met kapitalisme, het eert haar heiligen niet met gebed, maar met geld.

Misschien ligt het eraan dat filosofen zo met het eeuwige bezig zijn dat ze als de dood zijn voor het tijdelijke. Hoe het ook zij, Doormans zwierige pen en ontdekkingsreizen langs de graven van Europa’s groten zijn aanstekelijk geestig. Dit is humor van jongens van vijftig. Doorman’s Denkers in de grond: humor over het graf van de onsterfelijken. Voor wie na alle ernst ook eens wil lachen.