LowLands 2012

Het is al vier jaar hetzelfde deuntje: we leven in tijden van crisis: als oorzaak wijzen sommigen naar buitenlanders, de vergrijzing, de Grieken worden soms als oorzaak aller ellende voorgesteld. Vorig jaar stond hier op Lowlands professioneel leuteraar Rob Riemen ons te waarschuwen voor het eeuwig terugkerende fascisme. Deze intellectueel gehandicapte populist ziet een natuurlijke concurrent in die andere intellectueel gehandicapte populist uit Venlo en speelt het aloude Hitlerspelletje dat zo lang in de Nederlandse politiek bon ton was. In zo min mogelijk stappen je tegenstander aan Hitler linken, en je hebt je tegenstander in diskrediet gebracht.

Maar er zijn ook andere mogelijkheden; de hebberigheid van de consument die tot over zijn oren in de schulden zit, wordt soms gezien als oorzaak. Meestal door mensen die diezelfde consumenten even later weer kritiseren omdat hij de economie een impuls moet geven met grotere consumptie. Daadwerkelijk zieken worden geweerd uit de zorgverzekering, economen voorspellen 10-duizenden ontslagen, maar tegelijkertijd wordt de individuele werkeloze nog altijd gezien als parasiet.

De paradoxen stapelen zich op. Een enkele journalist merkte al op dat de maatregelen tegen de crisis ondemocratisch zijn maar grote publieke verontwaardiging ontbreekt vooralsnog in de Lage Landen.

Stoelendans

De duiding van de crisis is zelf een industrie aan het worden. De vele aspecten ervan kan ik hier niet in detail behandelen. Ik stel kortweg het volgende: Waar we mee bezig zijn is een stoelendans. Steeds wordt er één stoel weggetrokken terwijl wij dansen op de neoliberale muziek. Degene die te laat gaat zitten wordt door de dansers en de organisatie beschuldigd van lui en parasitair gedrag. Waren het eerst de werkelozen en kunstenaars die hun armoede ‘aan zichzelf’ te wijten hadden. Nu zijn het ook de studenten, academici, ouderen, alleenstaande moeders, huurders, consumenten, etc. Het argument is altijd dezelfde: Ja, dan hád je maar… Er is echter één groep voor wie het had je maar niet redelijkerwijs geldt: jongeren!

Had je maar wat? Sneller moeten dansen? Naar de pijpen van wie? Steeds bekritiseren we de dansers. Maar de vraag die ik me stel is de volgende: Wie bepaalt de muziek?

In deze lezing kan ik onmogelijk compleet zijn. Speciale aandacht moet uitgaan naar: de wapenindustrie, belangen en invloed van multinationals en lobbygroepen, geopolitieke belangen, media, ideologische kritiek en kritiek op de werking van de bankensector als zodanig. We hebben maar een uurtje. De veelstemmigheid van analyses zijn dusdanig verwarrend en de consequenties dusdanig complex, dat de muziek moeilijk nog te horen is. Daarbij klinkt ze al tijden vals. Ik kan niet hopen compleet te zijn in een uurtje. Al wat ik kan doen is een intuïtie met jullie delen en aanknopingspunten geven voor verder denken.

Ik heb twee stellingen. De eerste is dat de crisis in Europa en de Angelsaksische wereld bestreden wordt met middelen die een intensivering zijn van de logica van het probleem: Meer lenen van internationale instellingen als WereldBank en IMF. Instellingen die niet democratisch gekozen zijn en het leeuwendeel van de wereldschulden beheren (voor wie?). Samen met de drie kredietbeoordelaars als Moody’s, Fitch en Standard & Poor’s oordelen over het lot en de politiek van onze landen.

En de tweede hangt ermee samen: de generatie van na 1980, puur financieel gezien, zelfs binnen de meest stringente parameters van de meest berekenende neoliberaal, niets meer te winnen heeft in het huidige politieke paradigma. Met andere woorden: er is geen enkele reden tot solidariteit met het systeem. Er is geen enkele reden meer heeft om braaf te blijven dansen op de muziek. Kortom: het wordt tijd voor een nieuw deuntje.

De beide stellingen hangen uiteraard samen.

In september 2008 viel de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers onder leiding van Dick Fuld. Het omvallen van deze bank die ‘Too big to fail’ was, wordt symbolisch gezien als het begin van de kredietcrisis. Historici zullen de komende decennia erover strijden wanneer de crisis begon, wie de schuldigen waren en wie de meelopers, zoals na de twee wereldoorlogen historici dat decennialang gedaan hebben. Sindsdien is er nog geen enkele politicus in een positie van uitvoerende macht die zich daadwerkelijk heeft durven verzetten tegen de dictaten van het IMF en de Wereldbank.

Hoewel in de aanloop naar de verkiezingen van links tot rechts politici ons verzekeren ons ‘uit de crisis’ te zullen helpen. Hetzij met bezuinigingen van rechts, hetzij met investeringen van links. De boodschap blijft de suggestie dat prudent handelen van nationale regeringen überhaupt nog zin heeft. In feite is Europa bezig met dezelfde stoelendans in de internationale markt die wij dagelijks verrichten op de ‘arbeidsmarkt’; al wat nationale regeringen kunnen doen is zorgen dat ze de volgende ronde halen ten kosten van anderen: Na Griekenland, Portugal, na Portugal IJsland, na IJsland Spanje en Italië. Tot het systeem instort zullen onze politici en alle politici die nog dansen met vaste hand wijzen naar de afvallers van de stoelendans. De uiteindelijke uitkomst van de stoelendans, bekend voor iedereen die er ooit aan meegedaan heeft, is de overwinning van de grootste klootzak. De muziek stopt en alles valt stil. Die noodzakelijke uitkomst wordt in Noord-Europa niet openlijk besproken. Bang als we zijn gediskwalificeerd te worden door kredietbeoordelaars die investeerders doen wegvluchten en de rentevoet voor obligaties opblazen.

End Game!

In de academische wereld heerst inmiddels een andere stemming. Verscheidene economen spreken over deze fase in de economie als: End Game! Nog één keer graaien voor het systeem instort. Ik weet dit uit een publicatie uit 2010 van Slavoj Zizek. In dat jaar schreef de Sloveense filosoof een boek met de beangstigende titel: Living in the End Times.

In Living in de End Times, probeert de filosoof de huidige staat van de cultuur te duiden. Hij wijst erop dat we al te maken hebben met een ecologische crisis, een voedselcrisis, een toenemende sociale ongelijkheid, het verdwijnen van de middenklasse – essentieel voor een functionerende sociaal democratie – en een financiële crisis.

Zizek wijst er fijntjes op dat het opvallend is dat de doelstellingen van het Kyoto-protocol van 1997 door geen land gehaald zijn. Wereldtop na wereldtop mislukte. Steeds was het argument: er is geen geld. Echter, toen de crisis op de Amerikaanse huizenmarkt zich verspreidde naar alle uithoeken van de wereld en banken deed omvallen, waren wereldleiders het binnen drie weken eens en waren er opeens miljarden beschikbaar. De paradoxale boodschap: Het redden van de planeet is minder belangrijk dan het redden van het kapitalisme. Dit, zegt Zizek dan, is wat pure ideologie is: het is sterker dan de werkelijkheid. In dit geval wel heel letterlijk.

Ongeneeslijk Ziek

Living in the End Times is baanbrekend omdat het de ondergang van het kapitalisme en de manier van leven zoals we die kennen, niet als duistere consequentie van wanbeleid tekent, maar als een reeds bestaande werkelijkheid die gaande is en alleen nog niet in alle lagen van onze cultuur is doorgedrongen. Hij vergelijkt de reactie in de westerse wereld met de vijf psychologische stadia die een patiënt doormaakt die te horen krijgt dat hij ongeneeslijk ziek is.

De eerste reactie is ontkenning. Liberale partijen aan de rechterkant van het spectrum, aansprekende CEO’s en grote bedrijven zitten nog in deze fase: crisis? What crisis?

Het tweede stadium is woede. Te zien aan protectionistische maatregelen met als gevolg verslechterde politieke relaties tussen de VS en Europa, en Europa intern. De opkomst van populistische partijen en de trend om steeds woedender schuldigen aan te wijzen, of het nou jongeren zijn, immigranten of hele landen.

Het derde stadium is dat van marchanderen. De halfhartige poging tot het sluiten van allianties. Momenteel tussen Nederland en Duitsland, waar de Zuidelijke staten van Europa eveneens tot elkaar zullen komen als zij de eerste twee stages hebben doorlopen.

Het vierde stadium is depressie. In Griekenland schijnt dit stadium te zijn bereikt.

Het vijfde stadium is dat van acceptatie. Zizek beschrijft de situatie als academicus volgens het adagium van Spinoza: ‘Het gaat erom de menselijke en maatschappelijke verhoudingen zonder vooringenomenheid te bestuderen. Zich er niet vrolijk over te maken, noch erover te rouwen of ze te verachten. Het gaat er enkel om ze te begrijpen.’

Waar het ons, de generatie van na 1980 om gaat, is om onze creativiteit aan te spreken om een nieuwe gemeenschap te vormen op een andere grondslag dan de vorige. Te leren van onze voorgangers zonder in hun valkuilen te stappen en zonder het radicaal tegenovergestelde te doen waardoor de blik versmalt. Kortom: hoe verzinnen we een nieuw deuntje en dansen we op onze eigen muziek?

Op het moment dat Lehman Brothers viel, in 2008 werkte ik voor Dagblad Trouw op de economieredactie. Verscheidene economie-journalisten aldaar wezen er toen op dat de maatregelen geen oplossing voor de crisis waren, zoals politici ons verzekerden, maar een verschuiving van de pijn naar de volgende generatie. Ik herinner me een collega die in het rookhok voorspelde: nu vallen banken, straks vallen landen. Ik vroeg hem hoeveel tijd de oplossingen van 2008 ons gaven. Mijn college voorspelde: vijf jaar. Het bleek twee jaar. Vanaf 2010 praten we over een exit van Griekenland uit de euro of zelfs een failliet. Na de banken vallen nu landen, en na de landen is het perspectief dat een continent valt: ons continent! Domweg denkbaar.

Mijn collega stelde aan de hoofdredactie voor om iedere dag op de voorpagina te berichten over de kredietcrisis, omdat dit de grootste gebeurtenis uit ons leven is. ‘Onze ouders’, zei hij ‘hebben de Tweede Wereldoorlog. Wij hebben dit!’

Het voorstel werd afgewezen. De ervaren journalist kon zijn geopolitieke inzichten niet kwijt in de krant, omdat hij als journalist alleen over de feiten mag schrijven. Ook al kun je op je vingers uitrekenen dat we aan de vooravond staan van een instorting van ons sociale ordeningssysteem: ook de journalisten moeten blijven dansen op muziek. Pas als het orkest naar huis is, mag een journalist opmerken dat de muziek gestopt is.

Het is nu vier jaar later. We leven in de vreemde situatie dat we min of meer gewend zijn geraakt aan de crisis. Aan de universiteiten woedt een immense strijd tussen academici.

Aan de ene kant staan beleidsmakers, bedrijven en investeerders, die een steeds grotere invloed op de academische wereld krijgen. Aangezien overheden steeds verder onder druk komen te staan om het onderwijs uit te hollen, vult het bedrijfsleven de financiële gaten over door zeggenschap te claimen over de te onderzoeken onderwerpen en zich de resultaten toe te eigenen.

Zomaar een contrast: Dr Jonas Salk vond in 1952 een vaccinatie uit tegen polio en liet het vrijelijk verspreiden en hielp de ziekte uit zijn land te verhelpen. Hij werd wereldberoemd, maar kreeg geen geld voor zijn uitvinding. Hijzelf beschouwde de uitvinding als het bezit van de gemeenschap. Tegenwoordig vallen medische formules onmiddellijk in handen van multinationals, die er de meeste winst mee maken als de ziekte blijft bestaan!

Aan de andere kant staan als academici als de Franse filosoof Alain Badiou, die de afgelopen 30 jaar tegen de stroom in heeft blijven volhouden Maoïst te zijn. Badiou’s boeken worden gekocht en blijken verbluffend accuraat. Martha Nussbaum schrijft in Not For Profit over een culturele strijd in de universitaire wereld die meer en meer onder druk komt te staan om mensen zo snel mogelijk op te leiden in flexibele functies die bepaald zijn door de markt. Zij wijst op de oorspronkelijk taak van universiteiten: namelijk mensen helpen hun geest te ontwikkelen; door studenten in aanraking brengen met literatuur, kunst, geschiedenis en filosofie en hen aldus tot dragers van onze cultuur te maken. En dan is er de stormachtige opkomst van de Franse filosoof Jacques Ranciere, over wie ik straks te spreken zal komen.

Wij zijn ondertussen gewend aan verontrustende berichtgeving en maken er het beste van. De babyboomers zullen hun pensioentje nog wel veilig stellen. De echte kosten liggen bij de generatie van na 1980. Financiële drempels liggen voor onze universiteiten, zodat we, voordat we toegang tot de arbeidsmarkt hebben ons eerst voor tienduizenden euro’s in de schulden mogen steken. Voor we betaald mogen werken mogen we eerst gratis werken in wat inmiddels een miljoenenindustrie van gratis arbeid is geworden: stagelopen. Daarna wacht ons geen vast inkomen om onze studieschuld af te betalen, maar worden we: Zelfstandig ondernemer! Oftewel: ZZP’er wat niet veel meer betekent dan dat de gemeenschap niet langer verantwoordelijk voor ons is als we ziek worden en dat niemand voor ons hoeft te zorgen. Niemand is solidair met ons. Maar wij moeten financieel garant staan voor de generatie van onze ouders. En dan mogen we de huizen van de babyboomers voor het tienvoudige van de productiekosten overkopen. En als we dat niet willen dan worden we er wel toe gedwongen door slimme VVD’ers, die het ‘scheefwonen’ aan willen pakken en de sociale huur willen liberaliseren, wat simpelweg betekent: De huren stijgen, en daardoor wordt het bijna aantrekkelijk om een woning te kopen. Maar zodra je een woning koopt, bezit je geen huis, maar een hypotheek en dát de woningmarkt een zeepbel is wordt door niemand meer ontkent.

Even voor het begrip: Wie een woning koopt voor drie ton en een hypotheek heeft met een looptijd voor 30 jaar, betaald uiteindelijk, door rente op rente ongeveer het dubbele, dus 600.000 euro. 300.000 euro heb jij in dertig jaar verdiend voor de bank, en het is de vraag of je woning die andere 300.000 euro nog waard is.

En scheefwonen? Kunnen we niet beter spreken over: scheefbouwen? Waarom is het asociaal als je niet de helft van je inkomen kwijt wilt zijn aan woonkosten en genoegen neemt met een klein huisje in een slechte wijk in je stad? Waarom is er dan opeens geen sprake van: vrije markt? Als ‘de consument’ dit wil, waarom springt de markt er dan NIET op in?

Wij zijn de laatste dansers op het laatste deuntje van het systeem waarin we leven en iedereen wil ons zien dansen.

Francis Fukuyama & Samuel Huntington

In 1992 – twintig jaar geleden – komt een invloedrijk boek uit van de Amerikaanse-Japanse filosoof: Francis Fukuyama. Het boek heet: The End of History and the Last Man. Het boek zal een van de meest invloedrijke boeken van de jaren 90 worden en maakt Fukuyama wereldberoemd. Fukuyama beargumenteerd dat komst van de westerse liberale democratie het einde inluid van de socio-culturele evolutie van de mens. Het is de zegevierende vorm voor menselijke organisatie in gemeenschappen. Hij schrijft:

Waar we getuige van zijn is niet alleen het einde van de koude oorlog, of het voorbijgaan van een periode van naoorlogse geschiedenis, maar het einde van de geschiedenis als zodanig. Het eindepunt van de ideologische evolutie van de mensheid. En het universeelworden van de westerse liberale democratie als de ultieme en uiteindelijke vorm van menselijke regering.

Fukuyama’s positie is de tegenovergestelde van die van Karl Marx, die droomde van een communistische heilstaat die het kapitalisme zou overnemen. Met de val van het communisme in 1989 leek de politieke uitdrukking van Marx analyse haar laatste adem uit te blazen. Het socialisme als staatsvorm had gefaald. In dat ligt schreef Fukuyama zijn analyse. Fukuyama identificeert zijn denken tot op zekere hoogte een leerling van Marx, maar keert liever terug naar de leermeester van Karl Marx, Georg Hegel. Fukuyama citeert graag een leerlingen van Hegel: Alexandre Kojeve. Die meende, net als Marx en Hegel, dat het proces van de geschiedenis noodzakelijkerwijs uitdraait op een universele en homogene staat. Die staat zal waarschijnlijk elementen van een liberale of sociale democratie behelzen, maar het belangrijkste kenmerk is dat het een post-politieke staat is. Dat wil zeggen: alle politieke vragen zijn beantwoord. We WETEN dat we in de best mogelijke staat zijn beland. Er is dus geen strijd meer over de vorm en inhoud van de gemeenschap in een staat. Enkel nog over de implementatie.

Fukuyama neemt dit idee over en identificeert deze ideale staat met de Amerikaanse liberale democratie op kapitalistische ideologie gestoeld.

Zizek wordt niet moe te herhalen dat de opkomst van het fundamentalisme in landen in de periferie van datzelfde kapitalistische systeem: Egypte, Pakistan, Saoudi-Arabië, in feite de positie van Fukuyama al binnen enkele jaren weerlegde. Blijkbaar ziet het kapitalisme er toch niet zo gunstig uit vanaf de randen. De tegenstelling is vanaf dat moment inderdaad zoals Fukuyama meent niet langer Amerika versus Rusland, maar er is een nieuwe tegensteling: Het westen tegen de rest.

Samuel Huntington

Een andere grote politieke denker uit de Verenigde Staten Samuel Huntington schrijft twee jaar na Fukuyama een boek, getiteld: Clash of Civilizations; Remaking of World Order, dat opgevat kan worden als een antwoord op Fukuyama. Huntington betoogt dat de Oost-Europese staten, nu opgenomen in de EU snel zullen ontwikkelen tot volwaardige Westerse politieke organisaties. Maar hij verwacht, in tegenstelling tot Fukuyama NIET dat de rest van de wereld met de tijd zal volgen. Hij wijst grofweg zes culturen aan als min of meer autonome culturele identiteiten. Het Westen (Amerika, Europa en Australie), De Orthodox Rusland, Zuid-Amerika, De Islamitische cultuur, Afrika, en de Aziatische cultuur. Hij begrijpt dat dit een grove indeling is, en dat culturen zich dynamisch ontwikkelen en met elkaar in dialoog treden. Maar houdt staande dat er iets onreduceerbaars is in de verschillende culturen. In tegenstelling tot Fukuyama is hij een pessimist. Hij wijst erop dat de westerse cultuur haar hoogtepunt in 1870 had. Dat was het moment waarop de westerse werelddominantie het grootst was. En sindsdien is de macht en invloed van de westerse wereld, hoewel nog altijd immens, aan het verzwakken. Dit proces is volgens hem iets dat met horten en stoten gaat en soms een paar decennia omgekeerd lijkt te worden. Maar hij houdt staande dat een vergrijzende westerse cultuur haar machtspositie in de wereld niet kan behouden.

Culturen in opkomst zijn Azië, door haar stormachtige economische succes, en de Islamitische cultuur (vooral als gevolg van haar grote bevolkingsgroei). Deze beide culturen krijgen als gevolg van hun groei meer zelfvertrouwen en zullen de invloed van het westen weerstaan en geneigd zijn zich op hun eigen culturele bronnen te heroriënteren. De politieke toekomst is volgens hem niet – zoals bij Fukuyama – de langzame verspreiding en implementatie van het westerse staatsvorm naar de rest van de wereld. Maar een moeizaam proces van conflict op de breuklijnen tussen culturen.

Het verhaal van Huntingon eindigt met een paar aanbevelingen aan de Amerikaanse regering die hij voor de enige leidersnatie van de westerse wereld houdt. Huntington beweerd dat in een situatie van regressie Amerika terughoudender moet zijn met het interveniëren in conflicten tussen twee niet-westerse landen. Bij conflicten waarbij een westers land betrokken is moet Amerika juist een voortrekkersrol spelen. Hij geeft toe dat dit voor Amerika een cultuuromslag betekent daar Amerika geneigd is zich in ieder conflict in de wereld te mengen teneinde haar belangen veilig te stellen en haar invloed te vergroten.

Zo eindigt het boek van Huntington, maar niet zijn carrière. Nadat hij wereldberoemd wordt met Clash of Civilizations wordt hij, evenals Francis Fukuyama, adviseur van Georg Bush Junior. Huntington en Fukuyama nemen zitting in de denktank ‘Project for a New American Century’. Een groep topmensen uit wetenschap en bedrijfsleven waaruit de helft van het eerste kabinet Bush wordt samengesteld. In hun Statement of Principles stellen zij:

• We moeten onze defensiebudgetten significant verhogen om de wereldwijde verantwoordelijkheden te kunnen blijven nemen en we moeten onze legers modernizeren voor de toekomst.

• We moeten onze banden met bondgenoten verstevigen en alle regimes uitdagen die zich verzetten tegen onze belangen en waarden .

• We moeten politieke en economische vrijheid in de hele wereld promoten.

• We moeten Amerika’s unieke rol in de wereld behouden.

Wat Project for a New American Century voorstelt is om de geesten in Amerika rijp te maken voor impopulaire (want kostbare) militarisering, teneinde meerdere permanente oorlogen op verschillende fronten te kunnen voeren. Het beleid van George Bush is een afspiegeling van het programma van deze denktank. De War on Terror, deels geïnspireerd op het denken van Huntington, heeft het mogelijk gemaakt talloze burgerrechten uit te hollen en de controle op de eigen bevolking onder de naam van miljardenindustrie ‘Homeland Security’ te vergroten. Het neoliberale economische programma dat in Irak wordt opgelegd, deels geïnspireerd op Fukuyama, maakte het mogelijk miljarden van de overheid over te hevelen naar de wapenindustrie.

De oorlog op meerdere fronten is een feit. Ze wordt gevoerd in Irak, waarin ook ons land meedoet, en Afghanistan en er wordt geflirt met het idee het front te openen richting Iran, hoewel dat politiek en financieel moeilijk lijkt te liggen op het moment.

Academische strijd

Dan de andere kant. Frankrijk heeft misschien de beste universitaire traditie. De meest ontwikkelde tegengeluiden komen van politieke denkers uit Frankrijk. Ik noem er slechts één. Jacques Ranciere. Hij wijst erop dat de aandacht voor politieke filosofie die ontstond in de jaren 90 samenhangt met de val van de muur in Berlijn en ruimer: de ondergang van het communisme. De economische welvaart van de jaren 90 wijdt hij niet aan ons superieure economische systeem, maar simpelweg aan het feit dat in één klap de acht Oostbloklanden hun economieën zich openden voor het kapitalisme waar vooral de multinationals van profiteerden. In 1995, dus vier jaar na Fukuyama en twee jaar na Huntington wijst Ranciere erop dat er een hernieuwde aandacht is voor politieke filosofie. Maar dat het opvallend is dat al deze publicaties één karaktertrek delen: namelijk dat er geen politiek meer is. Dat we leven in post-politieke tijden. Dat wil zeggen dat al deze publicaties van Rechts (Fukuyama) tot links: (Richard Rorty), en midden: (John Rawls) allemaal de liberale democratie als fait accompli opvatten. De vragen gaan niet over welke staat, maar hoe die staat te implementeren. Politiek is management geworden.

Toen Wim Kok in 1995 zijn ‘ideologische veren afschudde’, kwam de term BV Nederland in zwang. De term illustreert het gelijk van Jacques Ranciere. Politiek is management geworden.

Maar wat is politiek dan?

Volgens Ranciere is politiek de strijd om de vormgeving van een gemeenschap. Volgens Ranciere – en ik versimpel nu – is er communicatie in iedere gemeenschap. Er worden dingen gezegd over de werkelijkheid, over de eigen identiteit en over anderen en de wetten die handelingen in de gemeenschap reguleren. De politieke vraag is: wie heeft het vermogen om te zien, en het talent om te spreken. Want wie spreekt, spreekt over wat hij ziet en hoe hij het ziet. En de woorden die hij kiest beginnen te circuleren in die gemeenschap en brengen mensen op ideeën.

Om een plat voorbeeld te noemen: in de jaren 80 werd er opvallend veel gesproken over seriemoordenaars. Momenteel zijn pedofielen onderwerp van gesprek. Er zijn echter niet minder seriemoordenaars als in de jaren 80 en in de jaren 80 waren er niet minder pedofielen. Waar we mee te maken hebben is een verschuiving van het maatschappelijk gesprek. Dit is slechts een voorbeeld om aan te geven dat bepaalde onderwerpen opgelicht kunnen worden, terwijl andere naar de achtergrond verdwijnen. Maar het gesprek in een bepaalde gemeenschap heeft vervolgens effect op beleid.

Dit gesprek kent noodzakelijkerwijs sprekers. Ranciere wijst erop dat er in iedere maatschappij groepen zijn die niet gehoord worden. Het zijn minderheden in welke definitie dan ook. Iedere maatschappij brengt groepen voor die niet gehoord worden. Politiek dan, is het moment waarop een groep in de samenleving zichzelf herkent ALS GROEP, en zichzelf begrijpt als dragers van rechten die nog niet in de wet herkent worden. Die groep begint zich uit te spreken. Eerst zullen ze bestreden worden door de status quo, maar als ze volhouden zullen hun belangen onderdeel van het maatschappelijk gesprek worden. Wat er dan gebeurd is dat macht verschuift van een kleine elite naar een groter deel van de bevolking. Het resultaat is grotere gelijkheid. Democratie dan, is iedere gebeurtenis die gelijkheid bewerkstelligt, en dat betekent: macht delen. Macht verschuift van hoog, naar lager.

We kunnen ons voorstellen dat de emancipatie van vrouwen en homoseksuelen, en recentelijker die van allochtonen in Nederland voorbeelden zijn van wat Ranciere politiek zou noemen.

Wat wij in het dagelijks leven onder politiek verstaan, de instituten van wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht noemt Ranciere: Police Order. Het is de regering van een bepaalde elite, die haar macht consolideert en juist verhinderd dat zoveel mogelijk mensen meepraten. (in weerwil van alle retoriek). Macht is volgens Ranciere principieel conservatief. Maar zodra een emancipatie geslaagd is, wordt ze onderdeel van de status quo. Een goed voorbeeld daarvan – en misschien is dit tegen het zere been van sommige, maar als denkexperiment is het interessant – een voorbeeld is feminisme. Wat begon als een emancipatiore beweging heeft in de afgelopen decennia over niets anders gepraat als over financiële onafhankelijk van vrouwen. Het gaat alleen over carrière en geld en dat is het discours van het neoliberalisme. Het feminisme, waardevolle uitzonderingen daargelaten, lijkt verworden tot een neoliberaal exentriciteitje, zoals ook de GayPride parade in Amsterdam, vorig jaar door een homoseksuele journalist van het NRC werd weggezet als: niets anders dan een bootje vol VVD’ers. De emancipatiore kracht ervan lijkt op zijn retour.

Het lijkt erop dat de volgende onzichtbare groep in de maatschappij, die opstaat niet gekenmerkt wordt door seksuele identiteit of oriëntatie, en zelfs – naar ik hoop – ook geen etnische of zelfs religieuze identiteit. Ik denk dat de nieuwe emancipatoire strijd zich zal afspelen langs scheidslijnen van generaties. De strijd tussen zij die nog iets te verliezen hebben en zij die alleen nog maar te winnen hebben. Jongeren dus.

Zizek wijst er in Living in the End Times op dat hij als communist vaak herinnert wordt aan de doden die het communisme op zijn geweten heeft en die het aantal doden van het fascisme overstijgt. Zizek echter stelt dat de doden van het geglobaliseerde neoliberale kapitalisme nog nooit geteld zijn, maar een grove berekening doet hem vermoeden dat het dodental dat van het Fascisme én communisme tezamen zal overstijgen.

Vrijheid gelijkheid broederschap?

Het is mijn intuitie dat fascisme de perversie van nationalisme is, communisme de perversie van socialisme en dat we thans leven in de geperverteerde versie van het liberalisme. Weinig mensen zijn zich ervan bewust dat Europa drie grote politieke theorieën heeft voortgebracht: Liberalisme, socialisme en nationalisme. Ze zijn alledrie begonnen als emancipatoire ideeën. En ze corresponderen met de drie ideeën uit de slogan van de verlichting: Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Als we nu de verlichting prijzen als dé centrale culturele gebeurtenis in de westerse wereld, dan moeten we ons zorgen maken als alledrie de centrale waarden, en daaruit voortvloeiende politieke tradities alledrie blijken te ontsporen in wat vroeger: totalitaire regimes genoemd werd. Want, zodra ook het liberalisme ontspoort dan is het de vraag welk antwoord de westerse cultuur nog heeft. Uit welke intellectuele bron kunnen we dan nog putten? Fascisme zette in op broederschap en dat ging ten koste van de gelijkheid. Communisme op gelijkheid en dat ging ten koste van de vrijheid. En nu in het neoliberalisme is er geen enkel gevoel voor broederschap, gelijkheid gaat jaar in jaar uit verloren en uiteindelijk zal ook de vrijheid geofferd worden op het hakblok van de ideologie.

De generatie van na 1980 staat voor de moeilijke opgave een nieuwe grondslag voor de gemeenschap te creëren.

Als zij enig historisch besef heeft, dan heeft ze niet de luxe om zich onproblematisch te verbinden aan één van de drie grote intellectuele tradities. Zij zal het intellectuele vacuum dat onvermijdelijk zal ontstaan na het instorten van de neoliberale ideologie moeten invullen. Wat haar te doen staat is invulling vinden voor de aloude politieke vraag: Hoe leven mensen samen in gemeenschap?

Welke vorm dat gaat nemen kan niemand zeggen. Al wat ik weet, is dat er overal om ons heen signalen zijn dat we behoefte hebben aan een nieuwe DJ, een ander deuntje.

Dankjewel. –

Ik creëer je in de armen van een ander

Voordracht voor LowSofie; So you Think! Filosofische talentenjacht in Trouw de Verdieping, Amsterdam 25 juli.

Lieve Sofie,

Ik heb je lief Sofie, filosofie! Liefde voor de waarheid. In iedere taal noem je de hartstocht waar ik je vanavond over vertel: liefde-voor-de-waarheid. Filo-Sofie. Behalve in het Nederlands. Wij begeren je! En niet als waarheid, maar als wijsheid. Wijsbegeerte! Als dat geen VOC-mentaliteit is. Wij plakken geen grappige post-its, op je koelkast als je ’s ochtends nog ligt te slapen. Wij begeren je de hele nacht.

Dat klinkt Grieks eigenlijk he? Griekser dan de Grieken.

Maar Sofie, daarover vertel ik je later. Ik moet eerlijk zijn, tegen jou, in je hoedanigheid als waarheid. De waarheid is dat ik vreemdga. ’t Waar Sofie. Ik ben vreemdgegaan. Ik heb op andere meiden gelegen. Heel veel andere meiden. Het is al een tijdje zo. Een paar jaar. Een jaar of acht. En ik kan niet beloven dat ik niet opnieuw de mist inga. Trouwens, je hebt het er zelf naar gemaakt, je kunt niet boos op me zijn…je bent niet bepaald goed bereikbaar de laatste tijd.

Daarbij: Steeds als ik met andere meiden slaap, dan denk ik dat jij het bent met wie ik vrij. Dat moet je geloven.

Hoezo hoef je dat niet te geloven?

Och ja, ik weet het alweer: jij hoeft niets te geloven. Ik moet geloven in jou!

Maareh.. Sofie, ik ben bepaald niet de eerste die je belazert. Hebben niet al jouw minnaars je een keer belazerd?

Dachten in de duizendjarige Europese middeleeuwen niet alle filosofen dat je God was? We kunnen van Meneer Leibniz toch niet zeggen dat hij niet van je hield? Hij noemde jou: het beste van alle mogelijke werelden, nee, hij vond dát jouw bestaan er de oorzaak van was dat wij leven in dé beste van alle mogelijke werelden. Dát is een liefdesverklaring! En bepaald geen kalverliefde of wel?

Maar je bleef God.

Pas bij Spinoza, die jou gelijk stelt met alles wat er is, en aldus het pantheïsme van nieuwe intellectuele betekenis voorzag, pas toen werd het mogelijk te denken dat je misschien géén God was. Maar nog iets veel groters. En mooiers. En nabijer ook.

Er is van jou gehouden Sofie, en je mag écht niet boos op me zijn dat ik soms vreemdga.

Echt! Ik ben erg vaak vreemd gegaan maar dat ligt niet aan mij, het ligt aan jou. Echt. Ik ben je trouw geweest terwijl je niet bepaald bekend bent. Je komt niet op tv ofzo. Trouwens: Als ik je bel neem je niet op en je hebt geen vaste woon of verblijfplaats. Is het dan zo gek dat ik soms even een momentje van zwakte heb?

Ik kan je nooit vinden!

Maar ik zoek wel.

Pas Meneer Nietzsche wist zo zeker dat jij God niet bent, dat hij zei dat God niet bestaat. Maar Nietzsche heeft je pas écht verlaten! Die heeft zijn leven lang getreurd omdat hij had gezegd dat God niet bestond. (juist omdat hij vond dat hij er gelijk in had). En dat noemt zich optimist!

In de biografie van Meneer Nietzsche las ik dat zijn huishoudster eens door het sleutelgat keek en de oude Nietzsche naakt door zijn studeerkamer danste.

Nou, die heeft je verlaten.

Hij had een nieuwe liefde: Dans! Het schijnt me nogal een voorstelling geweest te zijn. Dat oude lijf, die snor, dat lichaam dat 43 jaar voorovergebogen achter een studeertafel gezeten heeft. Is niet sexy Sofie

Maar, Sofie, het zou wel mooi zijn als je tenminste iets van deze relatie geleerd had! Dat je bijvoorbeeld niet ZO lang niets van je kunt laten horen. Das toch geen relatie?

Wij hebben wel iets van meneer Nietzsche geleerd namelijk! Na meneer Nietzsche geloven we niet meer dat God een vader is die van op een wolk naar ons zit te kijken. Als je al gelovig bent, dan is dat op abstractere wijze dan dat. Daar hou je toch zo van? Wij zoeken je in de abstractie.

Enfin Sofie. Ik ben vreemdgegaan, maar ik wil alleen maar zeggen dat ik je wel de hele tijd trouw blijf, ook al ben je niet bepaald goed bereikbaar.

Ik kan je alleen zoeken en je ligt ook niet bepaald op straat.

Nouja! Ik zoek je daar wel, en soms kom ik iemand tegen die je kent. (maar die kent dan Ad Verbrugge van de tv.). Maar ik zoek jou. En ik kijk wel! Ik kijk overal voor jou.

Nee, al wat ik kan doen is de brieven lezen die andere aan je schreven. Ik las Dé Staat van Plato. Maar ook Wittgenstein, Popper en Derrida. En ook nog wel heel wat obscuurder aanbidders: Machiavelli uit Florance, Emil Cioran uit Roemenie, Baltasar Gracián uit Toledo en Joseph de Maistre uit het onwaarschijnlijk: Sardinië.

Ja, ik hou wel van dat soort vreemde vogels.

            Er is van jou gehouden Sofie, en je mag niet boos op me zijn dat ik soms vreemdga. Alleen omdat ik je soms zoek op de verkeerde plaatsen.

Nee, het is niet bepaald gemakkelijk om je te vinden. Er is geen paleis voor je gebouwd en er is geen politieke partij voor je opgericht. Of nouja, Meneer Marx heeft dat toch geprobeerd?

En…? heeft hij je gevonden in het einde van de geschiedenis?

Nee, Maar Meneer Marx is bepaald lief voor je geweest.

Het was erg aardig toen hij je de laatste beslissende wending in de geschiedenis noemde. En toen hij schreef dat je een spook was dat door Europa waart, was dat écht niet omdat hij jou lelijk vond. Het was alleen maar om de kapitalisten bang te maken.

En jij zou dan in de gedaante van de arbeidersklasse opstaan en een laatste trucje vertonen. Dat was alles wat hij vroeg. En dan zou er een utopie ontstaan. Een ideale wereld waarin er geen arbeider meer is en geen bankier. We zouden allemaal ‘s ochtends te jagen, ‘s middags te vissen, ‘s avonds veeteelt te bedrijven en na het eten de kritiek te beoefenen, al naar gelang we zouden verkiezen, zonder ooit jager, visser, herder of criticus te worden.

Nee, meneer Marx is bepaald charmant tegen je geweest.

Maar… je bleek je niet te verwaardigen? Toch? Of ga je straks in de vorm van de mondiale kredietcrisis toch nog tonen, dat Marx al die tijd gelijk had. Dat we bankiers evenmin over onze levens willen laten beslissen, als dat we arbeider willen zijn in de poppenkast van het grootkapitaal?

Eigenlijk weet ik niet met wie jij het allemaal doet Sofie!

En trouwens! Ik wil het ook niet weten.

Het kan me eigenlijk ook helemaal niet schelen.

Trouwens, hoezo zou je nou boos zijn als ik je soms in het bed van de religie, muziek of de kunst zoek? Wat wil je dan?

Een monogaam huwelijk? Dat we elkaar eeuwige trouw bezweren en dan samen gelukkig zijn. Na ons de zondvloed? En dan samen een hypotheek nemen, in een Vinexwijk gaan wonen, een baan zoeken, en dan een leven lang kromliggen en dan zeggen dat we gelukkig zijn? (Wat moet er van onze kinderen komen?)

Trouwen! Ik ben toch geen fundamentalist? Dat hebben we het afgelopen decennium toch gezien. Aan de ene kant de moslims, die Nietzsche nog niet gelezen hebben, en geen verlichting hebben doorgemaakt. Die hebben maar één boek! Bedwelmd door het idee dat ze je al gevonden hebben.

En wij dan aan de andere kant: volkomen transparant, fris gewassen en rationeel, wetenschappelijk en pragmatisch en volstrekt niet verantwoordelijk voor milieucrisissen, voedselcrisissen, werkeloosheidscrisis, financiële crisis.

En wij dan zeggen: List van de rede!

Had Hegel bedacht! Die andere minnaar van je.

Slim… dat je dan kunt zeggen; ‘het klopt niet… maar dat is niet mijn schuld. ’t Was de rede… die heeft soms listen.’

Nee, dat was niet mooi toch Sofie? Het afgelopen decennium. Met al die haat en nijd over en weer. En die burgerrechten die we verloren zijn enzo. Dat heeft toch niemand gewild?

BP die de oceanen vervuild voor de Amerikaanse kust, zonder dat er publieke rechtzaken op volgen… Nee, Sofie, dat GELOOF je toch niet?

Niemand zal geloven Sofie, dat dát jouw werk is. Nee, het was niet de liefde voor de waarheid die het afgelopen decennium heerste in de ‘war on terror’. Nee, dat zal ook écht niet in de geschiedenisboeken komen als een periode waar we trots op kunnen zijn.

Nee.

Nee, maar toch geloven we nog wel in onszelf Sofie. We hebben nog steeds onze beschaving en we houden een beetje van onze vergissingen. En aan jou denken we vaak niet. Ik zei net: er is geen politieke partij voor je opgericht. Maar er zijn wel pogingen gedaan om jou de politiek in te krijgen. En niet de minste he?

Ergens moeten we kiezen. Want terwijl jij daar ijdel zit te wachten draait de wereld door. Wij moeten beslissen. Wat eten we vanavond? Welke baan zal ik nemen? Zullen we soldaten naar Uruzgan sturen? Zullen we nog eens iets privatiseren?

Je bent vaak genoeg uitgenodigd aan tafel om te helpen beslissen. Je bent wel welkom he? Sofie? Wij houden van je!

Ik in ieder geval.

Vaak kijk ik naar je Sofie. Ik kijk naar je als ik praat met filosofievrienden in de kroeg. Ik kijk naar je als ik college geef. Ik kijk dan écht wel naar je. En ik vind je nog net zo mooi als toen ik je net leerde kennen. Je weet dat mijn eerste filosofieboek Machiavelli was toch? Die was door 2Pac destijds bekend geworden. Weet je dat nog? Ja, dat was zo. En ik ging Machiavelli écht kopen en écht lezen. Eerst de Heerser. En daarna de Discorsi. 500 pagina’s van een oude Italiaanse lover van je. En toen ben ik filosofie gaan studeren. Dat kon toen nog… zonder studiebindend advies en langstudeerboete 😉

Ah… had ik ook niet nodig hoor. Ik was netjes in vijf jaar klaar. Met die universiteit dan he? Met jou nog niet. Ik heb daarna ook avond aan avond naar je zitten kijken. Wat ik zag vond ik nog steeds leuk. Weergaloos mooi. Je bent de mooiste Sofie. Echt waar. De mooiste die ik ooit gezien heb.

Maareh…

Ik denk écht serieus soms aan die Vinexwoning, en die hypotheek. En ik zou ook best willen trouwen enzo. Uiteindelijk moet ik toch een keertje… tja! Ik moet kiezen.

Nouja…

En daar gaat het dan soms mis. Met die andere vrouwen.

Maar punt blijft, lieve Sofie.

Filosofie… is een werkwoord! Dus als ik soms in de armen van een of andere schone deerne: aan het werk ben… ja, dan moet je niet boos worden.

Vind ik.

Ja, ik lig ik op een ander. Ja!

Ja! En daar ben ik zelfs serieus mee. Ja, ik zal het maar eerlijk zeggen. Ik vind het nog lekker ook.

Kijk, zoals ik het zie Sofie…

Ben jij heel veel dingen.

Je bent een vrouw. Althans… dat zei meneer Derrida: de waarheid is een vrouw. Hij zei dat in het boek Sporen. Want hij dacht dat hij jou nooit zou vinden, maar hij meende dat je tenminste op het spoor was.

Soms heb ik gedacht dat je een Arabische vrouw bent. Want je versluierd je. Steeds als je meneer Derrida een sluier toewierp, bleek er een nieuwe sluier achter schuil te gaan. Als een eindeloze striptease, zonder ooit een stukje huid. Maar meneer Derrida, bleef goed naar je kijken. En hij zag dat je steeds abstracter werd. Jij verbergt je achter abstracties. Alleen kinderen geloven in sinterklaas. Wij geloven in jou juist omdat je je verbergt in abstracties.

Meneer Kierkegaard, je Deense aanbidder, hield ook van je. Die ondeugende eroticus ging zichzelf versluieren. Steeds schreef hij een boek onder een ander pseudoniem. Hij benaderde je van verschillende kanten zonder ooit te zeggen dat hij één ding op het spoor was. En uiteindelijk zei meneer Kierkegaard dat je niet in de rationele analyse te vinden bent. Je moet een sprong maken, voorbij de rede. Het is een daad van geloof! En dán vinden we jou.

Ik weet het niet hoor Sofie. Is het werkelijk OF/OF? Alles of Niets? IS het werkelijk een kwestie van kiezen?

Ik vond Gilles Deleuze een leuke minnaar. Volgens hem gaat het niet om kiezen en niet om kijken. Waar het om gaat is maken! En doen! Hij ziet jou niet als een vrouw, maar als een beweging. Een beweging waar je in kunt stappen. Je moet tegelijkertijd meebewegen en sturen. En dat is alles wat we doen kunnen. Ieder zijn eigen Sofie. Multisofie. Filosofie van de multitude. Of nee… een omhelzing waarin je tegelijkertijd in elkaar doordringt als doordringen wordt. Deleuze geloofde niet dat je een vrouw was, hij wilde ‘vrouw-worden’ (becoming woman). Het was creatie. Voorplanting! Pure voorplanting.

Zo zie ik het ook een beetje Sofie.

O lieverd. Ik durf je niet eens te zeggen met wat voor gedrochten ik het bed gedeeld heb. Op zoek als ik was naar de waarheid!

Lieve Sofie, ik hou van je, en ik zoek je, ik kijk naar je, en ik kies voor je.
En ik creëer je in de armen van een ander.